Het voorvoegsel 'me'


Veel werkwoorden worden gebruikt met het voorvoegsel me.
Het voorvoegsel me- duidt op activiteit. 

Voorbeeld met terkam - aanvallen

Passieve zin: De muis wordt door de kat aangevallen.
Actieve zin  : De kat valt de muis aan.

Passief: Tikus diterkam kucing.
Actief  : Kucing menerkam tikus.

Enkele regels voor het gebruik van het voorvoegsel 'me'

1. stamwoord begint met een klinker: 'ng' wordt toegevoegd.

ambil (nemen) me-ambil ---> mengambil
elak (ontwijken) me-elak ---> mengelak
iris (snijden) me-iris ---> mengiris
ubah (veranderen) me-ubah ---> mengubah

2. Stamwoord begint met 'g', 'ng' wordt aan de stam toegevoegd (zoals in 1.)

gapai (grijpen, beetpakken) me-gapai ---> menggapai
probeer zelf: ganggu (storen), gubah (samenstellen, componeren), goreng (bakken)

3. Stamwoord begint met de letter 'h', 'ng' wordt aan de stam toegevoegd (zoals in 1.)

hindar = elak (ontwijken, vermijden) me-hindar --> menghindar
probeer zelf: hantam (slaan), halau (wegjagen, opjagen), hitung (tellen)

4. Stamwoord begint met een 'k', de 'k' wordt vervangen door 'ng'

kubur (begraven) me-kubur ---> mengubur
probeer zelf: kurung (opsluiten), kupas (schillen, pellen)

5. Stamwoord begint met 'p', de 'p' wordt vervangen door 'm'

putar (draaien) me-putar ---> memutar
probeer zelf: pinjam (lenen), potong (snijden), pikir (denken)

6. Stamwoord begint met een 's', de 's' wordt vervangen door 'ny'

suruh (bevelen, opdragen) me-suruh ---> menyuruh
probeer zelf: sikat (poetsen), seret (slepen), samar (vermommen)

7. Stamwoord begint met een 't', de 't' wordt vervangen door 'n'

tari (dansen) me-tari ---> menari
probeer zelf: tukar (wisselen), teliti (onderzoeken), tabrak (botsen), tulis (schrijven)
 

Schematische voorstelling
 

Basisvorm
Stamwoord begint met
Voorvoegsel
m-, n-, ny-, l-, r-, w-, y,- me-
p me+m-
t- me+n-
k- me+ng-
s- me+ny-
h-, g-, kh-, of klinker meng+stamwoord
d-, c-, j- men+ stamwoord
b-, f- mem+stamwoord

In het vervolg van deze cursus verstaan we onder een stamwoord (of grondwoord) een woord dat zonder voor- of achtervoegsel in het woordenboek staat.


 

Enkele voorbeelden

makan (me)makan eten
lihat melihat zien
rebut merebut vechten om
rokok merokok roken
pakai memakai gebruiken, dragen
pesan memesan bestellen
pikir memikir denken
pukul memukul slaan
tangis menangis huilen
tanyak menanyak vragen
taruh menaruh (neer)leggen, plaatsen
tawar menawar onderhandelen, afdingen
terima menerima ontvangen
tilpun menilpun telefoneren
timbul menimbul opduiken
titip menitip in bewaring geven, toevertrouwen,
meegeven
tukar menukar ruilen
tulis menulis schrijven
tolong menolong helpen
tunggu menunggu wachten
tusuk menusuk steken, prikken
kasih mengasih liefhebben, geven
kenal mengenal kennen
kirim mengirim (ver)sturen
kunjung mengunjung een bezoek brengen aan
sangka menyangka vermoeden
sapu menyapu vegen
sebut menyebut noemen
ajak mengajak meevragen (uitnodigen), aansporen
urus mengurus regelen
ganggu menggangu storen
dapat mendapat krijgen
dengar mendengar horen
jual menjual verkopen
cari mencari zoeken
balas membalas beantwoorden
bantu membantu helpen
beri memberi geven

Vraag: Aan welke zin geeft u na lezing van het bovenstaande de voorkeur?

Slamet haalt een boek.

1. Slamet ambil buku.
2. Slamet mengambil buku.

Zie voor grondwoorden en voorvoegsels: deze website >>