Hulptelwoorden (Kata bantu bilangan)


Indonesiërs gebruiken classificerende hulptelwoorden (soorttelwoorden) om bepaalde objecten aan te duiden:


 

Enkele voorbeelden

Dia membeli dua ekor anjing. Hij kocht twee honden.
Seekor dari anjing. Eén van de honden.
Ada seorang dokter di pintu. Er is een dokter aan de deur.
Seorang dari kami. Eén van ons.
Sebutir telur. Een ei.
Sebutir nasi / beras Een rijstkorrel
Dia membeli ayam seekor, jeruk 10 buah dan telur 8 butir. Hij kocht een kip, 10 sinaasappels en 8 eieren.
Sebatang pensil. Een potlood.
Sebatang rokok. Een sigaret.
Sebuah bilangan. Een getal.
Sebuah buku. Een boek.
Sebuah lagu. Een lied, melodie.
Sebuah sisir. Een kam.
Sebuah bukit. Een heuvel.
Sebuah pura. Een tempel.
Sebuah restoran. Een restaurant.
Sebuah alamat. Een adres.
Sebuah gelas. Een glas.
Sebuah kapal. Een schip.
Segelas bir. Een glas bier.
Dua buah kursi. Twee stoelen.
Sepotong kayu. Een stuk hout.
Saté 5 tusuk. 5 stokjes saté.
Sepucuk (!) surat. Een brief . Vroeger werden brieven opgerold en zagen eruit als geweerlopen.
Sepucuk email Een email
 

De soorttelwoorden zijn:

- seorang voor mensen.
- seekor "staart", voor dieren.
- sebuah "fruit", "vrucht", voor niet-mensen of niet-dieren [-voorwerpen,
   objecten en abstracte zaken, vruchten.]
- sebatang voor 'stokachtige' voorwerpen.
- biji voor het tellen van kleine (ronde) voorwerpen en in de
  spreektaal voor voorwerpen in de plaats van buah, butir,
  batang, enz. In het Nederlands het woord 'stuks'.

 

Het oude Maleis kende daarnaast nog de volgende soorttelwoorden:

sehelai 'papiervel'; voor stoffen, boeken, bladeren.
selembar papiergeld; voor bladeren
sepucuk voor pistolen, geweren en andere kleine wapens. Maar ook voor brieven.
selaras voor grote wapens zoals kanonnen.

NB. se = een

Wordt vervolgd