Leenwoorden uit het Arabisch


Leenwoorden zijn woorden die wat de vorm betreft of de betekenis zijn overgenomen uit een andere taal. Leenwoorden maken vaak hele omzwervingen van de ene taal naar de andere.
Bijvoorbeeld het latijnse 'scola' wordt het Nederlandse 'school' en vervolgens het Indonesische 'sekolah'.
Aan leenwoorden is de vreemde oorsprong makkelijk te herkennen, maar andere zijn zo aangepast aan het Indonesisch en zijn daardoor onherkenbaar geworden als leenwoord. De aan het Arabisch ontleende woorden zijn vooral godsdienstige en ethische termen. Dit gebruik van 'de heilige taal' brengt met zich mee dat men de wooren niet of weinig veranderd - 'verindonesischt' - heeft.

De namen van de vijf eerste dagen van de zevendaagse week zijn aan de Indonesische uitspraak aangepaste namen van Arabische telwoorden.
 
Ahad of akad een Zondag hari Minggu. Minggu, is afgeleid van het Portugese 'domingo'
Itsnain twee Maandag hari Senin
Tsulatsa drie Dinsdag hari Selasa
Arba'a vier Woensdag hari Rabu
Khamis vijf Donderdag hari Kamis

Zaterdag (hari Sabtu) is ontleend aan een Arabische stam, waarvan ook Sabbat afkomstig is.
De vrijdag neemt voor de moslim in vele opzichten dezelfde plaats in als de zondag voor christenen en de Sabbat voor de joden. Daarbij moeten we echter niet denken aan rusten: de islamitische betekenis voor vrijdag is die van een verzameldag in de moskee.
De naam van vrijdag, hari Jumat, is afgeleid van een Arabisch (stam)woord (juma'a, Indonesisch jemaah), dat de betekenis van bijeenkomen, verzamelen heeft.

* Yawm al-gumah: 'dag van samenkomst', ofwel: vrijdag.

 

De namen van de dagen van de week
Nederlands Arabisch Indonesisch
vrijdag jaum al-djoema'a hari Jumat
zaterdag jaum as-sabt hari Sabtu
zondag jaum al-ahad hari Ahad
maandag jaum al ithnain hari Senin
dinsdag jaum al-thalaatha hari Selasa
woensdag jaum al-arba'a hari Rabu (Rebo)
donderdag jaum al-chamies hari Kamis

(bron: Annemarie Schimmel - Het Islamitische jaar. Uitgev. ten Have, Baarn 2003).

 

 Volgende pagina >>