Onbepaalde voornaamwoorden

 

men  orang
iemand seorang
iedereen seseorang
niemand  tidak ada siapa, tiada siapa
iets   apa-apa, sesuatu
niets tidak apa-apa
alle(n) semua(nya)
alles semua(nya), segala(nya), segala-galanya
al wie, wie (dan) ook siapa-siapa, barang siapa, siapa juga
al wat, wat ook apa-apa, barang apa
de een of ander salah satu, salah seorang, sesuatu
het een of ander salah satu, salah suatu
ieder, elk masing-masing, tiap-tiap orang *), seseorang

*) Het gebruik van masing-masing en tiap-tiap. Hoewel beide woorden synoniemen zijn, bestaat er een verschil in hun gebruik.
Tiap-tiap wordt altijd gevolgd door een zelfstandig naamwoord. Bij masing-masing is dit niet het geval, maar wordt dit zelfstandig naamwoord reeds genoemd.


Tiap-tiap kelompok terdiri atas 20 orang.

- Elke groep bestaat uit 20 personen.
Kelompok² itu masing-masing terdiri atas 20 orang. - Die groepen bestaan elk uit 20 personen.