Bahasa Indonesia - Inleiding (2)


Enkele eenvoudige zinnen
Nederlands Bahasa Indonesia (Indonesisch)
Welkom! Selamat datang! (datang = aankomen, komst)
gezond, voorspoed, heil, welzijn selamat (vgl. salam)
Beterschap! Cepat sembuh! (cepat=snel; sembuh=gezond)
  Meer voorbeelden met selamat >>
Wat kan ik voor u doen?
Kan ik u ergens mee helpen?

Apa yang dapat saya bantu?
Wat is er gebeurd (met jou)? Apa yang terjadi (dengan kamu)?
Blij jou te zien. Senang bertemu denganmu.
Hoe gaat het? Apa kabar? (apa=wat?, kabar=warta=berita=nieuws)
- Kenken kabaré (Balinees)
- Piyé kabaré (Ngoko Javaans)
Hoe gaat het?; Hoe gaat het met je? Bagaimana kabarnya?; Bagaimana kabarmu?
Bahasa Indonesia - Indonesische taal - het gebruik van nya Voor het gebruik van -nya
Bahasa indonesia - indonesiache taal - het gebruik van mu Voor het gebruik van -mu
2. Gimana kabarnya? (spreektaal)
Antwoorden (op "apa kabar?")
Alles goed.
Goed
Gezond (en wel)
Jawaban:
Baik-baik saja.
Baik; kabar baik;
Sehat
Gewoon; normaal Biasa
En met jou?
Ook goed. Dank je wel;
Bagaimana dengan kamu?
Baik juga. Terima kasih
NB. saja; aja
      saya / aku
slechts, enkel, alleen maar
ik
Dank u wel!
Graag gedaan.
- U ook bedankt!
Terima kasih. (SMS afkorting "trims")
- Terima kasih kembali.
(nb. terima=ontvangen; kasih  = geven;  zelfstandig naamwoord: liefde, genegenheid)
sama-sama (sami-sami = Javaans) (van) hetzelfde
- God dank! Syukur; Terima kasih, Tuhan!
- het huis
- Ik wil naar huis
- (sebuah) rumah
- Saya mau/ingin pulang.
Ik leer Indonesisch. Saya belajar bahasa Indonesia.
U spreekt Indonesisch. Anda berbahasa Indonesia.
Ik eet rijst.
- rijst (op de sawah = rijstveld)  
- jonge rijstplant
- rijst (gepeld, ongekookt)
- (witte) rijst (gekookt)
- gele rijst
- kleffe (kleef) rijst
Saya makan nasi.
- padi (de gehele plant de halm en de aar)
- bibit
- beras
- nasi (putih)
- nasi kuning
- ketan
-
Ik wil graag gebakken rijst eten.
(Wanneer u in Indonesië slechts om nasi vraagt, krijgt u witte rijst voorgeschoteld.)
 
Saya mau makan nasi goreng.
mau = willen, wensen (als eis of gebod)
ingin = graag willen (beleefder)
rijstgerecht hidangan nasi
gebakken aardappelen (frites) kentang goreng
Lekker! Nikmat!
Ik heb honger en dorst. Saya lapar dan haus.
U drinkt thee. Anda minum teh.
Ik wil graag thee met suiker (zoete thee) drinken. Saya mau minum teh manis.
Wij wonen in Indonesië.
 
Kami tinggal di Indonesia.
Kita tinggal di Indonesia
(kita - met inbegrip van de aangesprokene(n),
kami - zonder de aangesprokene(n).
Hij werkt met plezier. Dia bekerja dengan senang hati.
(senang = blij, tevreden, prettig, plezierig;
hati, jantung= hart, maar hati kan ook lever betekenen in een andere kontekst.)
Hij werkt goed. Dia bekerja dengan baik.
Ik houd van dit lied Saya suka lagu ini.
Ik houd van het uitzicht. Aku suka pemandangannya. (aku=saya)
Heel mooi! Bagus sekali!
Waar komt u vandaan?
Waar komt u vandaan meneer?
Ik kom uit Nederland.
Dari mana asal Anda?
Bapak, aslinya dari mana?
Saya dari Belanda.
Ik heb slaap. Saya ngantuk.
Ik wil nu slapen. Saya mau tidur sekarang.
straks nanti
vanmiddag nanti soré
vanavond nanti malam
Bedankt voor uw komst. Terima kasih atas/untuk kedatangan Anda.
Bedankt voor uw bezoek. Terima kasih atas/untuk kunjungan Anda.
Dat komt wel goed. Akhirnya hal itu jadi baik. (akhir= einde, afloop, slot)
Het is al laat. Sudah larut
Ik moet gaan. Saya harus pergi.
Tot ziens! (Tot kijk!) 1. Sampai bertemu lagi (formeel)
2. Sampai ketemu lagi (spreektaal, maar bertemu
   is beter)
3. Sampai berjumpa lagi (formeel)
4. Sampai jumpa lagi (spreektaal)
temu= ontmoeting
jumpa = ontmoeting, weerzien.
Tot aanstaande zaterdag.
Tot morgen
Sampai sabtu depan.
Sampai besok.
<< Vorige pagina (Home) | Meer eenvoudige zinnen op deze website >>
 Voorbeelden met Selamat >>