Basisgrammatica 3
Bron Afbeelding: Bahasa Kita Bahasa Indonesia (SD dan MI Kelas 1)
Persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden.
| ik |
saya (formeel); aku (in informele situaties, vrienden onder elkaar e.d.) |
mijn | saya, aku, -ku |
| jij | kamu, engkau | jouw | kamu, -mu |
| jij, u | Anda (algemeen en onpersoonlijk) | jouw, uw | Anda, etc. |
| hij, zij, het |
dia, ia | zijn, haar | -nya |
| hij, zij | beliau (voor hoogeplaatste personen) |
-nya | |
| wij | kami, kita | ons, onze | kami, kita |
| jullie | kalian, kamu sekalian, Anda sekalian | jullie | kalian |
| zij | mereka | hun | mereka, -nya |
Kamu: wordt gebruikt tegen veel jongere personen of tegen ondergeschikten of
personeel.
Engkau: wordt in gesprekken zelden gebruikt.
Wanneer u iemand wilt aanspreken maak dan gebruik van de gewone
Kami, wij,
gebruikt men wanneer men spreekt tot een derde (of derden) die
niet tot de eigen wij-groep behoort (behoren). Anders gebruikt
men Kita.
Dus:
1. Kami -
wij
exclusief de
aangesprokene(n)
2. Kita - wij
inclusief de aangesprokene(n)
1. Anda tinggal di sini, tetapi
kami akan berangkat
sekarang.
U blijft hier, maar wij
vertrekken nu.
2. Mari kita
pergi!
Kom laten we gaan!
| Ik heb een boek. | Saya mempunyai buku. |
| Dat boek is van mij. | Buku itu kepunyaanku/milikku |
| Dat is mijn boek | Itu bukuku. |
| Dat is jouw boek. | Itu bukumu. |
| jouw collega | partnermu kerja |
| Dat boek is van hem. | Buku itu kepunyaannya (punya=hebben, bezitten; kepunyaan=bezit). |
| Dat is zijn boek. | Itu bukunya. |
| Hij is van mij | Dia milikku. |
| Wij beiden. | Kita berdua. |
| Zij beiden. | Mereka berdua. |
| Zij zijn allen hier | Mereka semua disini. |
| Aku cinta (ke)pada kamu; Aku cinta kepadamu; |
Ik hou van je. Het woordje cinta komt in Indonesische liedjes veelvuldig voor. Een ander woord is "kasih". |
| Cintamu dan cintaku | Jouw liefde en mijn liefde. |
| Cintanya pada uang besar | Zijn liefde voor geld is groot |
| Meja itu panjang. Panjangnya satu meter. |
Die tafel is lang. Zijn lengte is 1 meter. |
| Udi lapar. Makannya banyak. |
Udi heeft honger. Hij eet veel. |
| Kami saling mencintai. | Wij houden van elkaar. |
| Saling. | Elkaar (wederzijds) |
N.B. Het bezittelijk voornaamwoord wordt achter het zelfstandig naamwoord geplaatst.
