Basisgrammatica 2



Veel werkwoorden worden gebruikt met de voorvoegsels me en ber.
Me- duidt op activiteit en ber- op een toestand.

Vooral het voorvoegsel me neemt andere vormen aan.
Het wordt bijvoorbeeld meng voor een klinker: meng-inap (logeren). Als me combineert met een woord dat met een 's' begint, wordt dat een 'y'. Dan ontstaan woorden met als eerste vier letters meny.

Voorbeeld:

stamwoord: sapu - vegen
Actieve vorm: menyapu

 

Zie hiervoor het opzoeken van werkwoorden, de voorvoegsels me en ber en de sitemap >>


NB. Deze voorvoegsels behoren tot het formeel taalgebruik.

Toekomende tijd en verleden tijd

Het hulpwerkwoord akan (zullen) duidt toekomst aan, sudah of telah verleden.

1.
 
o.t.t. Ik kleed mij aan. Saya berpakaian
o.v.t. Ik kleedde mij aan. Saya berpakaian.
o.t.t.t. Ik zal mij aankleden. Saya akan berpakaian.
o.v.t.t. Ik zou mij aankleden. Saya akan berpakaian.
v.t.t. Ik heb mij aangekleed. Saya telah berpakaian.
v.v.t. Ik had mij aangekleed. Saya telah berpakaian.
v.t.t.t. Ik zal mij aangekleed hebben. Saya telah akan berpakaian.
v.v.t.t. Ik zou mij aangekleed hebben. Saya telah akan berpakaian.


2.
 

o.t.t. Ik eet (nu). (sekarang) Saya makan, Saya sedang makan.
o.v.t. Ik at (gisteren) (kemarin) Saya makan.
o.v.t. Zoëven at ik Tadi saya makan.
v.t.t. Ik heb al gegeten. Saya sudah makan.
v.t.t. Ik heb net gegeten. Saya baru maken.
o.t.t.t. Ik zal eten. Saya akan makan.


Zoals u ziet kunt u door het gebruik van akan, telah of sudah al tijden vormen.
Maar ook door middel van aanduidingen zoals kemarin - gisteren; baru(san) - net, pas; tadi - zoëven; sedang - bezig zijn met; tahun lalu - vorig jaar; tahun depan - volgend jaar.
Deze bepalingen van tijd worden zo veel mogelijk aan het begin van de zin geplaatst.