Het ontstaan van het Bahasa Indonesia 
(aanhangsel)

 

1. Het Maleis ter versterking van de interne eenheid van Nederlands-Indië.

Het Nederlandse Gouvernement begreep in de beginjaren van de vorige eeuw dat met onderwijs alleen, de intellectuele opvoeding nog niet ten einde was en dat elementair onderwijs, speciaal in de leeskunst geen nut zou hebben en zelfs tot ongewenste effecten zou kunnen leiden, indien daarna geen zorg werd gedragen voor goede en goedkope lectuur. Vanwege die reden werd in 1908 in Batavia een commissie voor de Volkslectuur ingesteld onder voorzitterschap van G.A.J. Hazeu - later (in 1917) genoemd Kantoor voor Volkslectuur of in het Maleis Balai Poestaka. Deze instelling had als doel het zo ruim en goedkoop mogelijk verspreiden van geschikte ontspannings- en ontwikkelingslectuur, en daar dergelijke boeken (en tijdschriften) in de inheemse talen ten enenmale niet bestonden, moesten zij eerst geschreven en gedrukt worden. In het begin werden bestaande volksverhalen en legenden verzameld en bewerkt, daarna volgden vertalingen uit Europese talen, en vervolgens werden ook oorspronkelijke moderne - ook Europese - romans uitgegeven.

2. Het Bahasa Indonesia kent in haar ontwikkelingsgeschiedenis 3 belangrijke data waarop veranderingen werden aangebracht in de spelling:

1. De zgn. spelling (ejaan) Van Ophuysen, die ten tijde van de Nederlandse bezetting van 1901 tot 1947 werd gebruikt. Ch.A. van Ophuysen, die leraar was aan de Kweekschool van Fort de Kock (Bukittinggi), kreeg rond 1900 de opdracht een wetenschappelijke reis door alle Maleise landen te maken ten einde de beste spelling voor het Maleis - dat in Arabisch schrift werd geschreven - vast te stellen. Het resultaat van zijn onderzoek was de 'Kitab Logat Melajoe', een woordenboek ten dienste van de spelling van de Maleise taal met Latijnse karakters. Het schrijven van Maleis met Latijnse letters kreeg grote uitbreiding door de toepassing op scholen en in de dagbladpers.

Het bahasa Indonesia werd als nationale taal aanvaard na de zgn. 'Sumpah Pemuda' op het 2e Jongerencongres van 28 oktober 1928.
Met deze 'Eed der Jongeren' zwoer de jeugd van Indonesië te zullen blijven strijden tot het ideaal van 'één land, één volk, één taal' zou zijn bereikt. Na de onafhankelijkheidsverklaring op 17 augustus 1945 was het bahasa Indonesia een verplicht leervak op alle scholen (1947).

2. De spelling van Suwandi of de Republikeinse spelling in 1947.

de 'oe' werd 'u'.

3. De nieuwe (gezuiverde) spelling - Ejaan Yang Disempurnakan (EYD), sedert 17 augustus 1972 in gebruik.

'tj' werd 'c' (tjandi - candi)
'dj' werd 'j' (djalan - jalan)
'ch' werd 'k' (chabar - kabar)
'j' werd 'y' (saja - saya)

<< vorige pagina

Aanbevolen literatuur: James Neil Sneddon. The Indonesian Language: Its History and Role in Modern Society. UNSW Press, 2004.