Het ontstaan van het Bahasa Indonesia 

 

 

Globaal genomen werd het Maleis in Nederlands-Indie door de inheemse bevolking zelf zo goed als nergens gesproken. Zo werd bv op Java geheel in het westen Bantams gesproken. In de Sunda-landen Sundanees, op Midden-Java Javaans, op Oost-Java Madurees, op Bali Balinees, op Lombok Sasaks.
In de Riau-archipel, tussen Singapore en Sumatra, werd een taal gesproken die nog het dichtst bij het goede Maleis komt. Dit is niet zo verwonderlijk, omdat deze eilanden zuidelijk van Singapore liggen en er in de "Federal States" (het schiereiland van Malakka) zeer zuiver Maleis werd gesproken..
Ook in Batavia sprak men goed Maleis.

Aangezien het echter ondoenlijk was de vele moedertalen in de verschillende streken te kennen, speelde Maleis in Nederlands-Indie de rol van algemene omgangstaal voor de Nederlanders en de inheemse bewoners.

Onterecht spreekt (sprak) men soms van Hoog- en Laag-Maleis, waarbij het 'laag' waarschijnlijk werd opgevat zoals in 'Laagduits'.
Deze bestonden immers niet. Wel bestonden goed en slecht Maleis. 
Het Javaans kent wel Laag-Javaans =Ngoko en Hoog-Javaans = Krama, welke twee verschillende taalsoorten zijn.

Wat men Hoog-Maleis  noemde was dan de literaire taal en de schrijftaal, die werd gebruikt in officiële stukken en bij officiële gebeurtenissen, en die zelden (nooit) werd gesproken, terwijl met Laag-Maleis bedoeld werd de gewone omgangstaal.


Het 'zuivere' Maleis werd echter in verschillende streken met allerlei woorden vermengd; het overgrote deel hiervan werd geleverd door het Nederlands en het Javaans.

Slechts zeer weinig Europeanen waren van deze vermengingen op de hoogte.
Zij wisten niet dat dat de gewoonste woorden als babu, sapi, kali en veel andere woorden wel Javaans maar geen Maleis waren.

In tegenstelling tot de taalpolitiek in bijvoorbeeld de Engelse, Franse en Portugese koloniën, hebben de Nederlanders nooit van overheidswege het Nederlands opgedrongen aan de inheemse volkeren. Alle bestuursambtenaren en de Europeanen spraken tenminste nog de "bahasa Melaju pasar" en een soms lokale taal.

Malakka, Djoohor,

Singapoera, Riouw en Lingga


De taal van de Indonesische Nationalisten

II. Het Bahasa Indonesia, de Indonesische taal, heeft als grondslag het algemeen beschaafd Maleis van Riau, en later het Volkslectuur-Maleis van de Balai Pustaka. Het Maleis van Riau was ook de voertaal in het onderwijs buiten Java en het was als zodanig ook over de gehele archipel verspreid.

 

In deze periode werd het toenemend gebruik van het Maleis - van Van Ophuysen en de zendeling Klinkert - door de nationalistische beweging ook aangegrepen om een nationale eenwording te bewerkstelligen. Het Nederlands kwam, als taal van de kolonisator, niet in aanmerking. En zo werd het Maleis gekozen als nationale taal van Indonesië. In 1928, tijdens het Tweede Jongerencongres, werd het al als nationale taal aanvaard en daarna ook verder ontwikkeld. Pas in 1938 tijdens het Kongres bahasa Melayu in Solo werd de benaming  bahasa Indonesia in gebruik genomen.

Toen in 1945 de Republiek Indonesië werd gesticht, koos de nieuwe Indonesische regering dit bahasa Indonesia onmiddellijk als nationale taal. Voor nieuwe begrippen ontleende men daarbij woorden aan de voorname talen van de archipel of aan het Arabisch, en het Nederlands.

In bepaald opzicht lijkt de keuze van het Bahasa Indonesia als nationale taal verrassend, want zij werd slechts door 5% van de bevolking gesproken en als tweede taal beschouwd.
Het Bahasa Indonesia had echter het voordeel dat het niet geassocieerd werd met een bepaald gebied of bevolkingsgroep. De keuze van talen zoals het Javaans of het Sundanees, die door meer mensen werden gesproken, zou ongetwijfeld op hevig verzet stuiten bij de bevolking van andere taalgebieden.
Zij zouden de keuze van één van genoemde talen als nationale taal dan ook sterk van de hand hebben gewezen.

Het Bahasa Indonesia verkeert nog steeds in een snelle ontwikkeling. Dit alles gaat echter buiten de grote massa om. Voor de meerderheid van de Indonesische bevolking bestaat er praktisch geen wereld buiten het gebied van eigen taal of dialect en dus ook niet het verlangen om met een buitenwereld een of andere gemeenschappelijke taal te spreken.

 

Aanbevolen literatuur:

- James Neil Sneddon. The Indonesian Language: Its History and Role in Modern Society. UNSW Press, 2004.

- Kees Groeneboer (red.).Koloniale taalpolitiek in Oost en West: Nederlands-Indië, Suriname, Nederlandse Antillen en Aruba.
Amsterdam University Press1997

 

 <<Vorige pagina | Volgende pagina >>