Het ontstaan van het Bahasa Indonesia



I. Voor de gemiddelde Nederlander is het vanzelfsprekend dat de bewoners van eenzelfde land ook eenzelfde taal spreken. Hoogstens kent hij enkele landen waar twee of soms drie talen worden gesproken.

Een land als Indonesië met zo'n 700 verschillende etnische talen is voor hem ondenkbaar.
Nu is Indonesië een uitgestrekt gebied en bovendien een eilandenrijk. Verbrokkeling van het land heeft verbrokkeling van talen als gevolg. Maar ook de afzonderlijke eilanden zijn niet eentalig. Zo worden er op Java diverse talen gesproken zoals het Jakartaans, Bantams, Sundanees, Javaans, Madurees. Deze talen verschillen zoveel van elkaar, dat een Sundanees en een Javaan, als ze hun eigen taal spreken, elkaar moeilijk kunnen verstaan.

Sommige Indonesische talen (Balinees, Javaans) zijn zeer ingewikkeld. De eigenlijke taal van de Javaan bijvoorbeeld is het Ngoko of laag-Javaans, de 'jij-taal'. Dit Ngoko wordt gebruikt als men tot lagergeplaatsten spreekt (bedienden, kinderen) of tot goede kennissen. Dit is de taal waarin men zonder plichtplegingen converseert, de taal waarin men denkt.

Het Krama (Kromo) of hoog-Javaans is de beleefde of U-taal en wordt gebruikt, wanneer men zich richt tot hogergeplaatsten of tot gelijken, die men niet zo vertrouwelijk kan aanspreken.

Het Krama is geen op zichzelf staande taal. De meeste woorden van het Krama zijn gewoon Ngokowoorden. Omdat echter de meest voorkomende woorden in Krama en Ngoko verschillend zijn, krijgt men op het eerste gehoor de indruk, dat er twee verschillende talen worden gesproken. Wil de Javaan zeer eerbiedig en beleefd spreken over hooggeachte personen, dan gebruikt hij enkele hoog-Krama of Krama Inggil-woorden om dingen aan te duiden, die op deze personen betrekking hebben. Deze woorden worden dan ingelast in het Ngoko of Krama.

Een en ander kunnen we vergelijken met bijvoorbeeld het Nederlandse 'vrouw' , 'echtgenote', 'gemalin'. Of, zoals u wilt, met 'wijf', 'eega', 'gade'.

Naast reeds genoemde taalsoorten bestaat nog het Krama Madya (=midden), hetgeen een vermenging is van het Krama Inggil en het Ngoko en wordt gebruikt wanneer het Ngoko niet vriendelijk genoeg is en het Krama Inggil te beleefd. De basa Kedaton (hoftaal) wordt gesproken in de kratons of in tegenwoordigheid van de vorst.
(Zie ook Javaanse woordenschat >>)


Van de 16e tot het midden van de 20e eeuw werd door de Nederlanders als omgangstaal (lingua franca, contacttaal) met de bevolking het Maleis - bahasa Melayu - gebruikt. Het Maleis, de taal van de reislustige Kust-Maleiers, bezat reeds vroeg een tamelijk grote verbreiding. Dit Maleis bestond al in de 7e eeuw na Chr. Er zijn namelijk stenen tafels gevonden op Sumatra uit de beginperiode van koning Sriwijaya, 680 na Chr. Op deze stenen tafels is met 'Pallawa' (Sanskriet) letters geschreven, in het Bahasa Melayu Kuno. *)
Later werd het ook als leervak op de scholen ingevoerd.
Voor de niet-ontwikkelde Indonesiërs, die een andere moedertaal dan het Maleis hadden, was laatstgenoemde taal te moeilijk.
Zij behielpen zich met een vereenvoudigde taal, die alleen van de grondwoorden van het Maleis gebruikt maakte. Voor- en achtervoegsels die aan het werkwoord verschillende betekenissen en functies gaven (geven) werden daarbij weggelaten. Dit zogenaamde pasar- of markt-Maleis (bahasa pasar; bahasa dagang = handelstaal), was alleen geschikt voor de weergave van zeer elementaire mededelingen. Ook de meeste Europeanen maakten in de omgang met Indonesiërs gebruik van het pasar Maleis, dat in allerlei variëteiten in de archipel werd gesproken. **)
 

Dit pasar Maleis had geen ander grammaticaal element meer, dan nog wat regels van de woordschikking en was zeer beperkt in uitingsmogelijkheden. Het was gewoon een bruikbaar hulpmiddel, dat zijn diensten kon bewijzen waar verschillende bevolkingsgroepen met elkaar in aanraking kwamen tot het voeren van de allereenvoudigste gesprekken, vooral voor Europeanen die geen moeite wilden doen om behoorlijk Maleis te spreken.
Woordgebruik en uitspraak waren (zijn) plaatselijk afwijkend.

 

Maleis (het 'sinjoosch') was erg makkelijk om te leren, zo ging het verhaal dan ook rond onder de Europeanen. Als het nodig was, kon het op de boot naar Indië geleerd worden, of anders waren een paar weken in Indië genoeg om de bedienden en klerken bevelen te geven. Als je het Maleise woord niet mocht weten, dan zeg je het gewoon in het Nederlands of Engels - en iedereen zal je begrijpen.
Overigens werden in de Archipel verschillende soorten Maleis gesproken, o.a. Tangsi-Maleis, Ambons Maleis, Betawi-Maleis.

 

*) Het oudste schrift ooit in Indonesia gevonden dateert uit de 5de eeuw na Chr.
Deze Prasasti Tugu (beschreven steen) is te vinden in het Museum Nasional in Jakarta.
"..The first monument of historical times in the whole area of Jakarta is the famous 'Prasasti Tugu' found in Kampong Batu-Tumbuh near Tugu. This big stone shows an inscription of Wenggi characters of the time of the Pallava dynasti in South India. It tells us of the digging of ' a beautiful river with pure water'. This boulder is one of the earliest archaelogical reminders that the Hindu influence of western Jakarta dates at least from the 5th century..."
(Adolf Heuken SJ, Historical sites of Jakarta, Yayasan Cipta Loka Caraka, Jakarta 1983, second
edition)
 

**) Het Portugees was als handelsstaal ook gangbaar in het Batavia in de VOC tijd, in het bijzonder onder bevolkingsgroepen die met de internationale handel te maken hadden.

 

Reactie L. Sluiter:

Het Portugees werd juist gesproken door de gewone man. De VOC had grote groepen personeel van de Portugezen overgenomen, zeg maar buitgemaakt. Dit waren afstammelingen van Portugese slaven en wat de Portugezen hier en daar zelf bij elkaar hadden gefokt, Ze spraken allemaal Portugees en dit is tot aan bijna 1800 zo gebleven. Predikanten moesten Portugees leren om zich vanaf de kansel verstaanbaar te maken. De Nederlanders kregen na de verovering van Malakka beschikking over nog een heleboel van deze slaven. Het was juist het VOC kader dat (onderling) Nederlands sprak. Het was zelfs zo dat onder het personeel dat loyaal was aan de VOC tot ong. 1750 meer Portugees dan Nederlands gesproken werd.

 

Volgende pagina >>