De Garuda



Garuda - Bhinneka Tunggal Ika De Garuda, Visnu's Wâhana of rijdier wordt als mythisch wezen voorgesteld: half mens, half vogel.
Al is de Garuda, strikt genomen, niet van goddelijke oorsprong, niettemin wordt hij vereerd, omdat men hem beschouwt als krachtig medewerker aan de heldendaden van zijn god. Allerlei verhalen zijn over Garuda's geboorte in omloop. Volgens één daarvan zou hij het vogelkarakter te danken hebben aan zijn geboorte uit een ei en is hij als koning van de gevederde dierenwereld de doodsvijand van de slangen. Hoewel de vormen, waarin de Garuda in de loop der tijden en in de verschillende streken worden afgebeeld, zeer uiteenlopen, is Visnu's rijdier te herkennen aan de vogelsnavel en de wijd uitgespreide vleugels in tegenstelling tot zijn overigens menselijke gedaante. Dikwijls ook wordt het vogelkarakter nader aangeduid door het geprononceerde vogel- borstbeen en, door van veren gemaakte versierselen.

Bij de uit latere tijd daterende Garuda-beelden van Oost-Java is de vooruitgestoken snavel langer en scherper voorgesteld. Ook de voeten zij veelal in klauwen omgezet, terwijl de haardos, hoewel minder weelderig, aan die van de raksasa *) herinnert.
Soms heeft Visnu's rijdier een zwaard in de rechterhand en een diadeem op het hoofd, de oepawita; borstband, bovenarmbanden, pols- en enkelringen maken verder zijn versierselen uit.
De vleugels en de rechtopstaande staart, die de hem berijdende god voor de zonnestralen beschermt, zijn dikwijls veelkleurig.
Op Bali wordt de Garuda wanstaltig voorgesteld, met wang- en slagtanden, klauwvormige uitsteeksels aan de vleugels terwijl hij met de voet een slang vermorzelt.

*) Raksasa - Demon. De Balinezen plaatsen beelden van Raksasa bij de ingang van de tempels als tempelwachters.
Zij worden hier afgebeeld met knots en zwaard bewapend, met uitpuilende ogen en vervaarlijke slagtanden. Deze raksasa heten respectievelijk Merdah en Tualen.