Eenvoudige conversatie IIA

 

In dit hoofdstuk gaan we het hebben over hebben over afdingen.
Afdingen is een soort sport. Behalve op plaatsen waar vaste prijzen gelden, wordt altijd afgedongen.
Afdingen doe je dus niet in supermarkten en warenhuizen.
En ook niet in eethuisjes of langs de weg bij het bestellen van eten.
Een gesprek zou als volgt kunnen verlopen.
Hierbij is V. de verkoper = Penjual en K. de klant (de koper) Pembeli.

V. Mooie beelden. Uit Bali. Bagus sekali patungnya. Dari Bali.
K. Ik kijk alleen wat rond. Hanya liat-liat saja. (Saya hanya mau liat-liat saja.)
K. Wat kost het? Berapa ini? (Berapa harganya?)
V. 450.000 Rupiah Empat ratus limapuluh ribu harganya.
K. Veel te duur! Mahal sekali! (Terlalu mahal ini!)
V. Er is een monetaire crisis. Krisis moneter Pak / Bu!
V. U kunt ook afdingen hoor! Boleh tawar. (Anda boleh menawarnya)
K. Nou, ik geef er 250.000 rupiah voor. Dua ratus limapuluh ribu saja. (Saya berani untuk 250.000 rupiah.)
V. Nee, dat kan niet. Daar krijgt u het niet voor meneer / mevrouw. Nggak bisa dong / Tak dapat! (Tidak bisa Pak / Bu.)
K. Maar daarginds staat het voor die prijs. Kok, disana bisa untuk 250.000. (Disana saya bisa mendapatkannya untuk 250.000.)
V. Maar dat is iets anders! Dit is sandelhout. Itu lain. Ini kayu cendana.
V. Geef iets meer dan. Tolong, kasih naik harganya. (Naikkan harganya Pak / Bu)
K. 300.000 rupiah dan. (S)udah tiga ratus ribuh deh! (Saya kasih untuk 300.000 deh!)
V. Akkoord! Akur! (Jadi!) - Setuju!

<< Vorige pagina | Volgende pagina>>