Eenvoudige conversatie - De weg vragen [1]

Eenvoudige conversatie  -  De weg vragen [1]
A. Goede morgen meneer! A. Selamat pagi Pak!
B. Goede morgen.
B. Selamat  Pagi.
A. Kan ik u ergens mee helen? A. Apa yang bisa saya bantu?
B. Ik kom uit Nederland. Mag ik u om hulp vragen en mij aanwijzen waar de winkels liggen die specialiteiten uit Salatiga verkopen? B. Saya dari Belanda. Bisakah saya minta tolong ditunjuki di mana letak toko yang menjual makanan khas Salatiga?
A. Oh, u kunt naar de Jalan Sudirman gaan. Daar zijn veel winkels waar men specialiteiten uit Salatiga verkoopt zoals enting-enting en es cendol. A. Oh, Bapak bisa pergi ke Jalan Sudirman. Di sana banyak toko yang menjual makanan khas seperti enting-enting en es cendol.
B. Voorts, welk vervoermiddel moet ik nemen om daar te komen? B Lalu ke sana naik apa?
A. Neem gewoon een dokar. Het is goedkoop en ook comfortabel. Kijk, daar komt een dokar aan. A. Naik dokar aja. Dasar murah, nyaman pula. Lah, itu ada dokar lewat sini.
B. Oh ja, dank u wel! B. Oh ya, terima kasih.
A. Insgelijks. A. Sama-sama.