De achtervoegsels -man, -wati, -wan


Het Indonesisch kent geen woordgeslacht. Indien het noodzakelijk is om het geslacht aan te duiden, dan plaatst men achter het zelfstandig naamwoord het woord laki (of laki-laki) voor mannelijke en perempuan voor vrouwelijke woorden, bijv. anak laki (jongen), anak perempuan (meisje).

Daarnaast gebruikt men in het Indonesisch ook de achtervoegsels wan, man (mannelijk) of wati (vrouwelijk). (Deze achtervoegsels zijn overgenomen uit het Sanskriet)

Voorbeelden
warta wartawan nieuws journalist
sastra sastrawan letteren, letterkunde letterkundige
seni seniman kunst kunstenaar
seni seniwati kunst kunstenares
peraga peragawati opzichtig persoon mannequin
peraga peragawan mannequin
karya karyawan werk werknemer
karyawati werkneemster

 

Voorts komen in het Indonesisch nog onderstaande vormen voor:

 

mannelijk enk. vrouwelijk enk. meervoud (man. & vr.)  
muslim muslimat muslimin moslim
mukmin mukminat mukminin gelovige
dewa dewi dewata
(Bali, pulau dewata)
god/godin
putra putri   zoon/dochter
pemuda pemudi   jongeman/jonge vrouw
mahasiswa mahasiswi   student/studente

- Putra en putri zijn overgenomen uit het Javaans/Sundanees en het zijn in die talen deftigere manieren om respectievelijk anak laki-laki (kinderen) en anak perempuan te zeggen.
U moet beide woorden gewoon niet gebruiken.

- Voor dieren gebruikt men jantan (mannelijk) en betina (vrouwelijk).

ayam jantan haan *)
ayam betina kip
kuda betina merrie
kambing betina geit
kambing jantan bok
wanita dames (vooral te lezen op toiletten)
pria heren
waria samentrekking van wanita & pria, benaming
voornamelijk voor travestieten e.a.

*) (ayam) jago is volkstaal en overgenomen uit het Javaans.