Het achtervoegsel 'kan'


A. Het achtervoegsel -kan wordt in het Indonesisch veel gebruikt.

1. Dit vormt een werkwoord waarbij de handeling geschiedt voor of ten behoeve van een ander (mencarikan, membelikan, membuatkan). Iets voor iemand doen, een handeling verrichten voor iemand.

De begunstigde (meewerkend voorwerp) moet in dit geval direct achter het werkwoord komen.
 

Dia membelikan saya oleh-oleh. Hij kocht cadeau's voor mij.
Orang itu mencarikan anakya kerja. Hij zocht werk voor zijn kind.
In bovenstaande gevallen vervangt het achtervoegsel -kan het voorzetsel 'untuk' / 'buat' (voor).

Zie noot. ¤)

2. Het gevormde werkwoord kan de betekenis hebben van laten, laten worden of iets doen, maken dat.
In het algemeen: het doen geschieden of plaatsvinden van
hetgeen het stamwoord uitdrukt.

Onder een stamwoord (of grondwoord) verstaan we: een woord dat zonder voor- of achtervoegsel in het woordenboek staat.
 

Dia sudah menjelaskan pelajaran itu. (jelas) Hij heeft die les al verduidelijkt.
Toko A. menurunkan harga.
(turun)
Toko A. heeft de prijzen verlaagd (laten zakken.)
 
Berjalan kaki menyehatkan badan.(sehat) Wandelen maakt het lichaam gezond.


Opmerking:

a. Er zijn een aantal werkwoorden die met of zonder -kan niet verschillen in betekenis:
mengantar(kan) - vergezellen, brengen naar
menyebut(kan) - noemen

b. Het werkwoord terjemahkan (vertalen) komt nooit voor zonder -kan.

c. Een aantal werkwoorden hebben met (of zonder) -kan een andere betekenis
pinjam - lenen pinjamkan - uitlenen
sewa - huren sewakan - verhuren

3. Werkwoorden met de achtervoegsels -kan zijn overgankelijk: ze hebben een lijdend voorwerp bij zich.
Dit betekent niet dat alle overgankelijke werkwoorden op -kan eindigen. Een algemeen regel is hiervoor niet te geven.

Het gebruik van 'kan' en 'i'

Het gebruik van de achtervoegsels -kan en ook -i kan nogal verwarring opleveren.
Doch vaak is het gebruik ervan een kwestie van taalgevoel.
Hetgeen we gepresenteerd hebben zijn slechts een aantal regels.

Met betrekking tot werkwoorden die een beweging aanduiden kan onderstaand voorbeeld als geheugensteun dienen.
 
Saya menaikkan bendera. Ik hijs de vlag. - de vlag beweegt.
Toko A. menurunkan harga.
(turun)
Toko A. heeft de prijzen verlaagd (laten zakken.)
 
Saya menaiki (mendaki) gunung. Ik beklim de berg. - de berg staat stil.
Bapak menduduki kursi. Vader zit op de stoel.
Bapak mendudukkan adik di (atas) kursi.  Vader zet broertje op de stoel.

¤) Noot.

Vergelijken we deze twee zinnen:

1. Saya membuka akan Bapak pintu itu - Ik open voor U die deur; Ik open die deur voor U.
2. Saya membuka pintu itu akan Bapak-  Ik open voor U die deur; Ik open die deur voor U.

1. In dit voorbeeld kan membuka akan samengetrokken worden tot membuka-kan.
Saya membukakan Bapak pintu itu.
Hetzelfde kunnen we toepassen op "Dia membeli akan saya oleh-oleh", "Orang itu mencari akan anakya kerja".
Dit (Maleise) akan heeft de betekenis van "ten behoeve van", "voor".
2. In dit voorbeeld kan niets worden samengetrokken.